Moandei - waskdei en Potstro mei Lollumerstip

In de meeste gezinnen werd tot in de zestiger jaren van de vorige eeuw gewerkt volgens een strak schema: maandag? Wasdag! De wasvrouw of huismoeder had het maandag erg druk: de was moest op die dag met de hand worden gewassen. Dat was zwaar werk: wasketels verplaatsen , heet water, vuur dat moest blijven branden en ’s avonds zeer ruwe handen… De was moest al op zondagavond in de week. Op maandag werd er gewassen , gespoeld gebleekt en opnieuw gespoeld, tenslotte werd de vloer geboend. Als de dag teneinde liep dan hing de was aan de waslijn buiten en anders op rekjes binnen en aan waslijnen op zolder. De witte was kwam het eerst aan de beurt en daarna volgde de bonte was en alles ging bij voorkeur in het zelfde sop. Tenslotte werd het sop ook nog gebruikt om de straat te schrobben...

 

In steden had je wasplaatsen en/of bleekplaatsen. Als het wasgoed op een gezamenlijke beek werd gelegd, werd de was voorzien van initialen. De volgende dag werd de was gestreken en mogelijk versteld.

De huisvrouw had het op maandag erg druk en er werd bovendien van haar verwacht dat ze ‘s middags of ‘s avonds een voedzame maaltijd op tafel zette. De kachel brandde toch al voor het warme water en op een hoekje van de kachel een werd dan een meelkost-maaltijd gekookt of gebakken in de oven: Tsjûkstro, ‘Jan in de sek’ of een Boffert . Het was ook mogelijk dat ze net voor het eten nog een Potstro roerde van meel met karnemelk; erbij werden vaak gebakken spekjes en stroop geserveerd. Bleef er iets over dan werd dit de volgende dag opgebakken. Weggooien was zonde…

Voedzame maaltijden, door het harde werken, in die tijd ook noodzakelijk, er werd veel energie verbruikt.

 

Ant Wiersma - één van de conservatoren van het Observeum - vertelt het verhaal over ‘maandag – wasdag’ en over ‘Potstro met Lollumer Stip’. Aanvang: 14:30 uur en iedereen is van harte welkom!

 

Voor meer informatie bel: 0511 - 46 55 44.